

Brandhulpverlening
Voorwoord
Bij bedrijfshulpverlening gaat het om het zoveel mogelijk voorkomen van de directe nadelige gevolgen van ongeval of brand. U kunt daarbij denken aan het verlenen van eerste hulp, brandbestrijding, ontruiming, evacuatie en communicatie. De arbowet (art.22) verplicht iedere werkgever tot het organiseren van bedrijfshulpverlening als uitvloeisel van de algemene verplichting tot arbozorg. Per jaar wordt in bedrijven ongeveer 300.000 maal eerste hulp bij ongevallen verleend. In circa 3000 gevallen moet de getroffen persoon in het ziekenhuis worden opgenomen.
Ongeveer 1700 bedrijfsongevallen leiden jaarlijks tot blijvende volledige arbeidsongeschiktheid.
Snelle en deskundige hulp kan persoonlijk leed beperken en in veel gevallen grote schade voorkomen. Er is dus alle reden om een preventiebeleid op te zetten en de bedrijfshulpverlening goed te regelen.
Wat is bedrijfshulpverlening?
De Arbowet is al vanaf 1994 van kracht. Werkgevers moeten mensen in diens hebben die een begin van brand kunnen blussen en bij een ongeval op kunnen treden, en de EHBO taak op zich nemen.
Bij veel bedrijven worden de mensen opgeleid tot bedrijfshulpverlener, en weten niet wat er daarna moet gebeuren. Het is voor een beginner ook moeilijk om een start te maken met het opzetten van een BedrijfsHulpVerlening, met daaraan gekoppeld een bedrijfsnoodplan. Een adviesbureau kan hulp bieden in het opzetten van de volgende organisatorische maatregelen.
Bedrijfshulpverlening organiseren:
- Wettelijke verplichtingen
- Eisen te stellen aan bedrijfshulpverlening
- Taken
- Voorpostfunctie
- Opleiding
- Overleg met de ondernemingsraad
- Risico-inventarisatie
- Schriftelijk vastleggen
- Bedrijfsnoodplan
De Arbowet 1998
Werkgevers en werknemers hebben zich de afgelopen jaren sterk gemaakt voor een gezond, veilig en prettig werkklimaat. Het belang van goede arbeidsomstandigheden wordt steeds vaker onderkend. Werkgevers zien dat investeringen op dit gebied leiden tot een betere motivatie van werknemers en een afname van het ziekteverzuim. Dat werkt in hun voordeel, omdat zij een grotere financiële verantwoordelijkheid dragen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.
Al deze veranderingen vragen om een nieuwe Arbowet, die meer ruimte laat voor eigen verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Die wet is vanaf 1 november 1999 van kracht.
Arbo en Bedrijfshulpverlening
De werkgever moet één of meer werknemers aanwijzen die de Bedrijfshulpverlening op zich nemen. Deze medewerkers moeten in elk geval de volgende vier taken kunnen uitvoeren:
- Levensreddende handelingen
- Eenvoudige brandbestrijding
- Alarmeren en evacueren van personeel
- Alarmeren van en samenwerken met professionele hulpverleners (Brandweer, Politie, Ambulance e.d.).
Hulpverlening
Hoe is de hulpverlening in uw bedrijf nu geregeld, wie helpt waar en wanneer. Waar zijn de regels die dit duidelijk moeten maken, zijn deze goed en overzichtelijk opgehangen in uw omgeving. Is het voor een vreemde duidelijk wat hij moet doen als er wat gebeurt. Zijn de blusmiddelen goed herkenbaar en duidelijk aangegeven. Wie alarmeert de Brandweer, Ambulance, Politie.
Bedrijfsnoodplan
Wat moet er in het bedrijfsnoodplan staan. De organisatorische maatregelen: Hierin staan de risico´s van het bedrijf en de maatregelen die genomen moeten worden als zich een ongeval of calamiteit voordoet.
- Wie doet wat
- Wat doet de B.H.V.
- De beveiligingsorganisatie
- De arbo coördinator
- Wat moet de brandweer weten i.v.m. de risico´s in mijn bedrijf
- Wie alarmeert de Brandweer, Ambulance of de Politie
Aanwijzen
U wijst één of meer werknemers aan als bedrijfshulpverlener. Het is zaak hen goed te selecteren.
Bij de keuze gaat het in de eerste plaats om de aanwezigheid; een vertegenwoordiger of servicemonteur die veelal op pad is, komt niet in aanmerking. Het ligt voor de hand medewerkers die een logische taak hebben bij een ongeval of calamiteit – de telefoniste die de brandweer of ambulance moet bellen, de portier die de slagboom moet openen – bij de bedrijfshulpverlening te betrekken. Tenslotte zijn persoonlijkheidskenmerken, zoals doortastendheid, improvisatietalent en stressbestendigheid van belang.
Het is op grond van artikel 2.4.2 van het Arbobesluit mogelijk om de bedrijfshulpverlening binnen het bedrijf aan te vullen met professionele hulpverleners van buiten, bijvoorbeeld in de vorm van een bewakingsdienst.
Hoeveel bedrijfshulpverleners?
Het Arbobesluit (art. 2.4.4) bevat normen omtrent het aantal bedrijfshulpverleners. In het algemeen geldt een norm van één bedrijfshulpverlener op 50 aanwezige werknemers en derden. Veel hangt echter af van de specifieke bedrijfssituaties en de omvang en ernst van de risico´s die het werk met zich meebrengt. Werkgevers in kleine bedrijven, met niet meer dan 15 werknemers, mogen de bedrijfshulpverleningstaken zélf uitvoeren (art. 23b van de Arbeidsomstandighedenwet).
Hij moet dan wel beschikken over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting om die taken naar behoren te vervullen.
Communiceren
De uitvoering van de bedrijfshulpverlening staat of valt met een goede communicatie.
U zult aan dit aspect veel aandacht moeten besteden.
In de eerste plaats moeten bedrijfshulpverleners elkaar bijstand kunnen verlenen; u moet daartoe de nodige organisatorische maatregelen treffen.
Binnen het bedrijf zal bij elk van de werknemers bekend moeten zijn wie van hun collega’s is aangewezen als bedrijfshulpverlener en waar zij bereikbaar zijn. Hetzelfde geldt voor de ontruimingsprocedures en vluchtwegen in geval van een calamiteit.
Tenslotte moeten de bedrijfshulpverleners de officiële hulpverleningsorganisaties maximaal kunnen bijstaan; er moet dus voorzien zijn in een goede communicatie en afstemming met die organisaties.
U bent verplicht de organisatie van de bedrijfshulpverlening schriftelijk vast te leggen en aan de werknemers bekend te maken.
Opleiden
In het Arbobesluit (art. 2.4.6) is een algemene opleidingseis opgenomen: de opleiding van de bedrijfshulpverleners moet voldoende zijn om hun taken in het kader van de bedrijfshulpverlening adequaat te kunnen uitvoeren. U kunt zich hierover laten adviseren door een arbodienst of een andere deskundige. Ook als u als werkgever zelf de bedrijfshulpverlening ter hand neemt, dient u over de nodige, op het bedrijf en de risico´s toegesneden kennis en kunde te beschikken en geoefend te blijven.
Oefeningen
Het algemene principe van de bedrijfshulpverlening is dat deze enkele minuten nadat een ongeval of begin van brand plaatsvindt op gang moet kunnen komen. Daartoe zijn oefeningen van groot belang. Een oefening is niet rond zonder een uitgebreide evaluatie. Van elke tekortkoming in de organisatie kan worden geleerd hoe het beter kan.
Samenwerken
Er kunnen zich situaties voordoen waarbij een ongeval of brand onmiddellijke gevolgen heeft voor andere bedrijven. Denkt u bijvoorbeeld aan een bouwplaats waar verschillende ondernemers werkzaam zijn, aan winkeliers in een winkelcentrum of werkgevers die in hetzelfde bedrijfspand gehuisvest zijn. In zo’n geval moeten de werkgevers onderling afspraken maken over de wijze waarop de bedrijfshulpverleningstaken worden ingevuld (art. 2.4.4 Arbobesluit).
Op grond van dit artikel is het mogelijk dat bedrijven in elkaars nabijheid gezamenlijk zorgdragen voor de bedrijfshulpverlening in het pand. Dat pand wordt dan als één geheel beschouwd.
Afspraken daarover moeten schriftelijk worden vastgelegd. Deze afspraken kunnen niet zo ver gaan dat de hele bedrijfshulpverlening wordt uitbesteed. De bedrijfshulpverleners die u aanwijst moeten immers eigen werknemers zijn.


