sfeerbeeld daken oud zwolle
sfeerbeeld daken oud zwolle
sfeerbeeld daken oud zwolle

Gymnasium Celeanum en bijzondere boeken

Van Latijnse School tot Gymnasium Celeanum


Het Gymnasium Celeanum heel ver terug in de tijd bekend als Latijnse school heeft al de nodige verhuizingen meegemaakt. De eerste Latijnse school in Zwolle, we gaan dan terug naar de veertiende eeuw, heeft waarschijnlijk gestaan op de hoek van de Voorstraat en de Luttekestraat. In die tijd was de vermaarde Johan Cele rector van de Latijnse school.

Johan Cele heeft zo’n cruciale rol gespeeld in de ontwikkeling van het onderwijs in Zwolle, dat het Gymnasium in 1930 officieel naar hem vernoemd werd. Cele breidde het aantal vakken dat op de school werd gegeven uit. Hij trok vakleerkrachten aan die de leerlingen konden voorbereiden op een studie aan de universiteit. Van heinde en ver kwamen leerlingen naar Zwolle om de Latijnse school, die in hoog aanzien stond, te bezoeken. Soms wel achthonderd tot duizend leerlingen tegelijkertijd.

Al deze scholieren moesten onderdak zien te vinden in de stad. Sommige, die dat konden betalen, konden terecht bij particulieren. Bij besluit van het stadsbestuur mocht ieder burger maximaal zes leerlingen van de Latijnse school in huis nemen. Sommige leerlingen vonden onderdak bij de Broeders des Gemenen Levens. In de Rijke Fraterhuizen, gelegen tussen de Goudsteeg en de Papenstraat, woonden de leerlingen die voor hun onderdak konden betalen. In de Arme Fraterhuizen in de Goudsteeg woonden de onbemiddelde leerlingen. Deze scholieren betaalden voor hun kost en inwoning door boeken af te afschrijven (te kopiëren).

Op deze enorme aantallen leerlingen was het oorspronkelijke schoolgebouw niet berekend. Afhankelijk van aantallen leerlingen en stedelijke ontwikkelingen moest de school nogal eens verhuizen. Domicilie vond de school o.a. op de hoek van het tegenwoordige Grote Kerkplein en de Lombardstraat, de Nieuwe Markt, de Goudsteeg, opnieuw de Lombardstraat. Het volgende adres was gelegen aan de Praubstraat en daarna verhuisde de school naar de Bloemendalstraat.

De nieuwe wet op het Hoger Onderwijs die op 28 april 1876 in werking trad, had tot gevolg dat het onderwijs binnen de Latijnse school drastisch moest worden veranderd, wilde het voldoen aan de eisen van de nieuwe wet. De Latijnse school werd Gymnasium en betrok in 1880 een nieuw gebouw aan de Goudsteeg, om na 50 jaar te verhuizen naar het voor menig Zwollenaar zo karakteristieke gebouw aan de Veerallee. Het gebouw aan de Veerallee werd op 28 november 1930 feestelijk geopend door de Mr. Dr. I.A. van Roijen, burgemeester van Zwolle: “Vandaag is het zover. De groote dag is gekomen, waarop het mooie nieuwe gebouw van het Stedelijk Gymnasium in gebruik wordt genomen”.

In 2001 verhuist het Gymnasium Celeanum opnieuw.
Zwolsche Courant 25 februari 2001:
“Celeanum kan groeien aan de Zoom"

"Gymnasium Celeanum heeft gisteren de plannen met het nieuwe onderkomen aan de Zoom gepresenteerd. Het voormalige pand van De Sprankel komt nog voor de zomer volledig leeg te staan, zodat de slopers er aan het werk kunnen. Voordat de ruim 500 leerlingen er in augustus 2000 in kunnen trekken, moet er veel verspijkerd worden. Veel leerlingen komen van buiten Zwolle en moeten straks verder bussen en fietsen om op school te komen.”

Door de tijd heen is er dus niet zoveel veranderd. Nog steeds komen grote aantallen leerlingen vanuit de verre omgeving naar Zwolle om lessen te volgen aan deze school om uiteindelijk beloond te worden niet met een fraaie prijsband maar met een schitterend diploma, waar menigeen jaloers op is.

Een aanmoedigingsprijs


Om de jongelui die de Latijnse school bezochten te blijven prikkelen in hun ijver werden vanaf het eind van de 16e eeuw prijsbanden uitgereikt. Het belonen van goede prestaties kwam voort vanuit het humanistisch denken. De humanist Erasmus bijvoorbeeld, gaf aan hoe belangrijk het was om jonge mensen door het geven van een aanmoedigingsprijs te stimuleren. Deze aanmoedigingsprijs kon een gouden of zilveren schrijfveer zijn of een speciaal voor de gelegenheid ingebonden boek. Op 8-jarige leeftijd al kwamen de kinderen naar de Latijnse school waar ze voorbereid werden op een vervolgstudie aan de universiteit. Les werd er gegeven in het Latijn, ze lazen en schreven in het Latijn en ze causeerden zelfs in het Latijn.

Elk half jaar stroomde de scholier door naar een hogere klas. En aan elk zomer- en winterexamen was een prijs verbonden. De beste twee leerlingen per klas, ontvingen dan een prijsband. De beste leerling (de primus) een iets duurder boek dan de secundus (de op een na beste leerling). Ook de leerling, die vanuit de hoogste klas na het houden van een oratorium (een toespraak in het Latijn) naar de universiteit ging, kreeg een prijsband cadeau. In het Album studiosorum iuventutis scholae swollanae werden, over de periodes 1647-1864, de namen van nieuwe leerlingen genoteerd. In een deel van dit Album in de Catalogus promotionum in schola Swollana habitarum staan de namen van degenen die een prijsband hebben ontvangen, met vermelding van titel en auteur van de verkregen prijsband.

bijschrift 'prijsband 1'


Bladzijde uit het Album studiosorum waarop vermeld staat dat Henricus Wilhelmus Greven in 1803 een prijsband heeft ontvangen.

Bijschrift 'prijsband 2'


Op het voorplat van de prijsband het wapen van Zwolle met aan de bovenzijde een kroon en aan de onderzijde de vermelding ‘ZWOLLAE’.

Bijschrift 'prijsband 3'


Titelpagina van het boek dat in 1803 aan Henricus Wilhelmus Greven door rector S. van Ommeren werd overhandigd.

Festiviteiten


De halfjaarlijkse uitreiking van de prijsbanden was voor de stad een groots spektakel. Het was een openbare bijeenkomst, waar iedereen welkom was. Zelfs bezoekers aan de stad woonden deze festiviteiten bij. De feestelingen trakteerden onder andere ook hun medeleerlingen. De traktaties werden steeds groter en duurder. Dit had zelfs tot gevolg dat minder vermogende ouders hun kinderen niet naar de Latijnse school lieten gaan, of ze zeiden hun kinderen de wacht aan, om toch maar niet al te ambitieus te zijn.

In 1701 maakte het stadsbestuur een einde aan deze baas boven baas praktijken. Prijswinnaars mochten in ieder geval niet meer trakteren op vlees en gebak. De leerlingen uit de twee hoogste klassen mochten wel nog trakteren op wijn, de overige leerlingen niet. Hield men zich hier niet aan, dan kon men een boete krijgen van 25 gulden. Dit bedrag kwam ten goede van de armen. Uiteindelijk mocht er helemaal niet meer worden getrakteerd.

Een prijsband?


Prijsbanden zijn te herkennen aan het stadswapen dat voor op de band is aangebracht met een plaatstempel. Deze stempel was eigendom van de stad en werd uitgeleend aan de plaatselijke boekbinder ter verfraaiing van de boekband, maar ook om te laten zien dat het hier om een stadsschool ging. Het stadswapen op het boek maakte duidelijk dat de stad de school en dus ook de prijsbanden financierde. Het schoolbestuur bestond dan ook voornamelijk uit schepenen en andere personen die in het stadsbestuur zaten.

Het belangrijkste kenmerk van een prijsband is de prijsopdracht die je voor in het boek aantreft. Deze opdracht was meestal voorgedrukt, waarbij ruimte opengelaten was voor de naam van de leerling, de klas waarin hij zat en de aard van de prijs. Deze gegevens werden bij de prijsuitreiking met de hand, in prachtig schrift, aan de gedrukte tekst toegevoegd. De prijsopdracht gold tevens als schriftelijk bewijs voor de prestatie die de leerling had geleverd. Rapporten en diploma’s zoals wij die kennen, bestonden in die tijd nog niet. De inhoud van de prijsbanden geeft het karakter van het onderwijs op de Latijnse school weer. Het waren bijna uitsluitend klassiekers, boeken van Latijnse en Griekse schrijvers.

Losse vellen die in grote partijen werden opgekocht, werden door de plaatselijke boekbinder in perkament gebonden. De Latijnse school in Zwolle liet de prijsbanden echter in kalfsleren banden inbinden, voorzien van een fraaie marmering, met voor, en ook wel achter op de band, centraal het stadswapen van Zwolle en daaromheen een rijk in goud bedrukt versierd kader. Prijsbanden zijn ook herkenbaar aan sluitlinten. Ze werden eerder bij perkamenten banden gebruikt dan bij kalfsleren banden. Soms hebben de linten de kleuren van het stadswapen.

Bijschrift 'prijsband 4'


Zwolse prijsband voorzien van sluitlinten met op voorplat het stadswapen met aan de onderzijde de vermelding ‘ZWOLLAE’

Zwolse prijsbanden


Het oudst bekende Zwolse prijsboek (aanwezig in het Historisch Centrum Overijssel, locatie Voorstraat) is uit 1668 met een door rector Jacobus Emmenessius handgeschreven prijsopdracht voor Adolphus van Rechteren

Het Historisch Centrum Overijssel, locatie Voorstraat, heeft in zijn bibliotheekcollectie naast vele andere prijsbanden, prijsboeken, die, zo blijkt uit de prijsopdracht toebehoord hebben aan een zekere A.C.H. Moll, die gedurende zijn verblijf op de Latijnse school een echte bolleboos moet zijn geweest. Hij is in 1848 in Olst geboren waarna hij rond 1850 naar Zwolle is verhuisd. Na in Zwolle de Latijnse school bezocht te hebben is hij in 1865 verhuisd naar Utrecht. De scholier A.C.H. Moll is ook terug te vinden in het eerder genoemde leerlingenregister met vermelding van de door hem ontvangen prijsbandjes.

Bijschrift 'prijsband 5'


Zwols stadswapen in lauwerkrans op voorplat met aan de onderzijde de vermelding ‘GYMNAS ZUOLLAN’

Bijschrift 'prijsband 6'


Blijkens de opdracht in het boek is de prijsband in 1863 door rector C.H. Thiebout overhandigd aan A.C.H. Moll voor zijn geleverde prestaties in de vierde klas.

In de loop van de 19e eeuw neemt het belang van het Latijn als wetenschapstaal langzaam af. De Latijnse school verliest daardoor haar bestaansrecht. En bij het in 1876 in werking treden van de Wet op het Hoger Onderwijs verdwijnt de Latijnse school helemaal om vervolgens als gymnasium, met een voor die tijd aangepast leerplan, weer tot bloei te komen. Zo ook in Zwolle. Met het verdwijnen van de Latijnse scholen verdwijnen ook de prijsbanden, Behalve natuurlijk de prijsbanden, die zorgvuldig in de bibliotheek van het Historisch Centrum Overijssel worden bewaard.
Het in perkament gebonden Leerlingenregister 'Album Studiosorum' bevindt zich in het archief van de Latijnse School, SA 001, nr. 34

Literatuur:
Plaatsingslijst van het archief van het college van curatoren van de Latijnse school (1647-1878) en van het Gymnasium Celeanum (1878-1969)/ J.J. Seekles, Zwolle 1987

De prijsband in Nederland: een toetssteen/ Jan van Storm van Leeuwen. – In: De prijs is het bewijs: vier eeuwen prijsboeken, Leuven 1991 Prijsboeken op de Latijnse school/ J. Spoelder, Amsterdam cop. 2000