sfeerbeeld stadshagen flat
sfeerbeeld stadshagen flat
sfeerbeeld stadshagen flat

Archeologische procedure

foto opgraving Eiland

Als u de in Zwolle wilt bouwen of op een andere manier de bodem verstoort, dan kunt u te maken krijgen met archeologie. Met de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) en het archeologiebeleid gemeente Zwolle (2008) is duidelijk hoe met archeologische waarden wordt omgegaan. Hiermee wordt vooraan in (plan)processen duidelijk waar u rekening moet houden met archeologisch onderzoek en hoe deze procedure te werk gaat. Daarmee worden zoveel mogelijk verrassingen achteraf voorkomen.

U kunt op verschillende manieren te maken krijgen met archeologische voorwaarden:

  • Als u in Zwolle wilt bouwen en daarom een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) nodig heeft;
  • Als u een vergunning op grond van de Wabo aanvraagt en dit is in strijd met bijvoorbeeld het bestemmingsplan;
  • Als u wilt gaan slopen in een beschermd stadsgezicht;

De archeologische procedure is dan als volgt:

  1. Allereerst wordt onderzocht of er sprake is van een archeologisch waardevol gebied. Is dit het geval dan volgt stap 2.
  2. Als de te verstoren bodemoppervlakte groter is dan 100 m2, in het beschermd stadsgezicht is dat 30 m2, dan volgt stap 3.
  3. Als de te verstoren bodem dieper is 0,5 meter – mv dan is een archeologische toets vereist. Afhankelijk van de waarde van het gebied is een Inventariserend Veldonderzoek nodig of een Opgraving.

Het Inventariserend Veldonderzoek (IVO) bestaat uit onderzoek aan de hand van proefsleuven of het uitvoeren van grondboringen. Het gaat hier om gebiedsgericht onderzoek op basis van een Programma van Eisen (PvE). Hierbij wordt (extra) informatie verkregen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied. Het resultaat is een rapport met een waardering aan de hand waarvan een vervolgbeslissing kan worden genomen. Het kan zijn dat u zo’n rapport bij bijvoorbeeld de aanvraag om een vergunning moet indienen.

Op basis van de verkregen informatie wordt een afweging gemaakt of vervolgstappen nodig zijn. Als er geen archeologische waarden worden aangetroffen dan wordt de bodem vrijgegeven. Afhankelijk van de aanwezige waarden bestaan de vervolgstappen uit:

  • Fysieke bescherming: het behouden van archeologische vindplaatsen/waarden in situ. Het streven is het (verdere) verval van archeologische vindplaatsen tegen te gaan en aangerichte schade, zo mogelijk, te herstellen;
  • Archeologische begeleiding: de begeleiding beoogt inzicht te geven in de aan- of afwezigheid van archeologische waarden in het kader van niet-archeologische bodemverstorende activiteit. Begeleiding vindt plaats tijdens de reguliere werkzaamheden in de bodem op grond van de omgevingsvergunning;
  • Opgraving: het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Daarna wordt de bodem vrijgegeven voor de (bouw)activiteiten.

Als u plannen heeft dan adviseren wij u om tijdig telefonisch contact op te nemen met het team archeologie onder nummer (038) 421 22 99.