Minister Slob bezoekt Zwolse scholen

Minister Slob bezoekt Zwolse scholen

Minister Arie Slob (Onderwijs) bezocht dinsdag 8 januari 2019 Zwolle voor een uitgebreid werkbezoek. Samen met wethouder Michiel van Willigen (Jeugd & Onderwijs), bracht hij een bezoek aan drie Zwolse scholen. Het werkbezoek bood de minister de gelegenheid om te zien hoe onderwijsstad Zwolle werkt aan transformatie en betere afstemming tussen zorg en onderwijs.

In Zwolle volgen in totaal bijna 71.000 kinderen en jongeren onderwijs, zowel verschillende vormen van basisonderwijs en voortgezet onderwijs, als middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Onderwijs en zorg komen steeds meer bijeen.

Onvoldoende ondersteuning door specialisten

Uit evaluatie van de Jeugdwet komt naar voren dat in veel gemeenten een goede verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs ontbreekt, zo schreef de minister in november in een Kamerbrief. Leraren worden onvoldoende ondersteund door specialisten. Sommige kinderen krijgen daardoor niet de ondersteuning die ze nodig hebben, waardoor de situatie kan verergeren.

Zo zwaar als moet, zo licht als kan!

Michiel van Willigen: “Voor oplossingen willen we zoveel mogelijk normaliseren en aansluiten bij school. We willen doen wat nodig is om een goede aansluiting te houden of te herstellen. Daarvoor combineren we passend onderwijs met ondersteuning zo dicht mogelijk bij school en thuis. We werken aan herstel in het gewone leven, met hulp van netwerken in de stad. Zo zwaar als moet, zo licht als kan!”

Talenten en mogelijkheden staan centraal

Bij het Autismehuis/De Toren kon de minister zien hoe hier wordt gewerkt aan behoud of herstel van de aansluiting van kind met onderwijs. Bij de Ambelt werd ingegaan op de aanpak van thuiszitters. Op de Van der Capellen SG maakte de minister kennis met een nieuwe ontwikkeling in het regulier onderwijs: Onderwijsroute 10-14, die een doorgaande ontwikkelingslijn biedt tussen basis- en voortgezet onderwijs. Wethouder Van Willigen: “Ik sprak diverse kinderen die blij waren met de keuzes die ze hebben gemaakt, waardoor ze beter kunnen doorgroeien en hun interessen, talenten en mogelijkheden centraal staan.”