Waterlaboratorium Aqualysis in Zwolle ingezet voor onderzoek naar COVID-19

Waterlaboratorium Aqualysis in Zwolle ingezet voor  onderzoek naar COVID-19

“Mogelijk blauwalg in Milligerplas”, kopte de Stentor begin augustus 2020. Vals alarm, zo bleek nadat Aqualysis het watermonster had geanalyseerd. Blauwalg is slechts één van de vele stoffen waarop het waterlaboratorium watermonsters test. Sinds een paar weken wordt Aqualysis ook ingezet om sporen van COVID-19 in het rioolwater te kunnen terugvinden.

Aqualysis is eigendom van vijf waterschappen en is gevestigd op bedrijventerrein Voorst in Westenholte. Jaarlijks voert het bedrijf veertigduizend monsters en achthonderdduizend analyses uit. Op medicijnresten, sporen van bestrijdingsmiddelen, metalen, PFAS of een van de tientallen, misschien wel honderden andere mogelijke opties. Hiermee heeft Aqualysis zicht op de waterkwaliteit voor een groot deel van Nederland. Sinds kort neemt het bedrijf ook watermonsters bij rioolzuiveringen die door het RIVM worden onderzocht op sporen van COVID-19. 

COVID-19 in rioolwater

‘Een aantal maanden geleden heeft het RIVM al vastgesteld dat in het afvalwater resten van het COVID-19 virus vastgesteld kunnen worden’, zegt de op 1 juni 2020 aangetreden directeur Henk Laarman. 'Dit type onderzoek is nog pril, maar de verwachting is dat je op termijn in rioolwater goed kunt zien hoe virusclusters zich ontwikkelen of hoe de verspreiding van virussen gaat plaatsvinden.’ Er is nog veel meer te meten uit rioolwater, verwacht Laarman. ‘Op termijn wordt daar waarschijnlijk een eigen dashboard voor ontwikkeld. Bijvoorbeeld om inzicht geven in resten van medicijnen of gewasbeschermingsmiddelen. Of de ontwikkeling van virussen, zoals nu met COVID gebeurt.’ 

Meedenken over oplossingen

Aqualysis houdt zich voornamelijk bezig met het verkrijgen van inzicht in de waterkwaliteit door het bemonsteren van wateren en het analyseren van data verkregen uit haar eigen laboratorium. Het bedrijf pakt steeds meer een adviesrol. ‘Veel van onze medewerkers hebben een achtergrond in de biologie of chemie. En we hebben gebiedskennis. Met onze kennis en data, kunnen we méér dan alleen testresultaten aanleveren. We voeren het gesprek daarom steeds vaker op een andere manier: hoe ontwikkelen zaken zich op basis van analyses en trendwaarden? Stel dat het waterschap WDO Delta in Zwolle constateert dat een stuk water helemaal dood is. Onze gebiedskennis en analyses uit het verleden kunnen dan van pas komen. Was er industrie die iets geloosd heeft? Zitten er sporen van metalen of oliën in de grond? Wij kunnen verschillende informatiebronnen aan elkaar knopen om mee te denken over een oplossing.’ 

Nieuwe ontwikkelingen

Een mooie ontwikkeling binnen Aqualysis, noemt Laarman de ontwikkeling in de sensortechnologie. ‘Nu is het al mogelijk om met behulp van sensoren temperatuur van water te meten, of de hoeveelheid water die door een sloot of rivier stroomt. Die ontwikkelingen gaan steeds verder: op een gegeven moment kunnen sensoren ook meten wanneer er afwijkende stoffen in het water zitten. De data van die sensoren kunnen via satellietverbindingen overal ter wereld terechtkomen. Water is van ons allemaal. We moeten bedenken hoe we daar op moeten acteren. Dat zijn mooie innovaties. Net als eDNA-techniek, waarmee je de aanwezigheid van bepaalde soorten in het water kunt aantonen, zoals muskusratten, bepaalde vissoorten of de hoeveelheid van een bepaalde vissoort. Zover zijn we nog niet: om die gegevens te kunnen ophalen, matchen en analyseren, moeten er eerst nog veel catalogussen gebouwd worden.’ 

De uitkomsten van de COVID-19 monsters zijn voor iedereen te zien op dit coronadashboard van het RIVM.