Buitengebied

In het buitengebied is het niet altijd makkelijk om iets te realiseren. Toch heeft de consument steeds meer behoefte aan een gezonde leefstijl in een mooie omgeving. Wanneer u een idee heeft, ga dan vooral met de gemeente in gesprek. De gemeente zal voor uw specifieke plan meedenken voor een locatie. Daarna is een maatwerkbeoordeling nodig, om te kijken of het plan haalbaar is of niet.

Wat is mogelijk?

Leisure is mogelijk als kleinschalige en ondergeschikte functie. Hierbij moet geen of nauwelijks nieuwe bebouwing nodig zijn. Daarnaast moet de verkeersaantrekkende werking zeer klein zijn. Denk aan zaken als:

  • Een pluktuin
  • Bootcamp
  • Workshopruimte.

Wat zijn beschikbare locaties?

Voor de hand liggende locaties liggen aansluitend op bestaande activiteiten, zoals:

  • Sportparken
  • Maneges
  • Zorginstellingen
  • Wijkboerderijen
  • Herkenbare plekken in het landschap waar de natuur niet te kwetsbaar is.

Foto buitengebied van boven

Wat is er al?

Er was voor 2011 aanwezig in dit gebied:

  • Meerdere campings
  • Beleefboerderij
  • Creatief centrum
  • Vergader- en feestlocaties
  • Outdoor karten
  • Wellness
  • Verhuur van diverse vervoermiddelen.

In het leisurebeleid van 2011 was het buitengebied niet benoemd als leisuregebied. Wel is een te volgen procedure benoemd wanneer er initiatieven zijn buiten de benoemde leisuregebieden.

Sinds 2011 is er bijgekomen

  • Öutdoor activiteitencentrum (2x)
  • Golfbaan
  • Yogalessen
  • Feestlocatie
  • Upgrade bestaande sauna.

Waar moet u aan denken?

Ruimtelijke wetgeving en beleid

Bestemmingsplan: 

Er gelden diverse bestemmingsplannen in het buitengebied. Er er zijn geen directe mogelijkheden voor leisure, behalve dat recreatief medegebruik mogelijk is in de vorm van extensieve dagrecreatie. Dat moet dan wel ondergeschikt zijn aan hoofdfuncties als natuur en agrarisch. Er gelden veelal extra regels over de toegestane bebouwing. Extensieve dagrecreatie is recreatie in de open lucht, uitsluitend tijdens de dag op speciaal daarvoor ingerichte terreinen, zoals:

  • Een wandelbos
  • Wandelpark
  • Strandbad
  • Vis- en zwemvijvers
  • Speel- en ligweide
  • Speelterrein
  • Kinderspeelplaats
  • Buitensportcentrum
  • Volkstuinen
  • Nutstuinen.

Structuurplan

Het buitengebied is ingedeeld in 3 typen gebieden:

  • Natuurlandschap
  • Agrarisch landschap,
  • Gemengd landelijk gebied. Met name het gemengd landelijk gebied is geschikt voor menging van functies waaronder recreatie.

Het gemengd landelijk gebied bevat drie buurtschappen: Herfte/Wijthmen, IJsselzone, Langenholte/Vechtcorridor.
Het gebiedsprogramma Noordelijke Stadsrand valt hier ook onder. Dit is het uitloopgebied voor Westenholte en Stadshagen.
Deze vier gebieden zijn ook benoemd als ontwikkelingsgebied waarvoor in het Structuurplan al een visie op hoofdlijnen wordt gegeven.

  • Herfte/Wijthmen: Transformatie van landbouwgebied naar een parklandschap met terreinen voor recreatie, natuur en waterretentie. De aanleg van de golfbaan bij Herfte is daar een voorbeeld van.
  • IJsselzone: Landbouw houdt zijn dragende rol in het beheer van de ruimte, maar nevenactiviteiten die een versterking vormen van de toeristisch/recreatieve en/of de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied worden gestimuleerd. (behoud door ontwikkeling). Zie Ontwikkelingsvisie Buurtschap IJsselzone uit 2003, waarin ruimte voor intensievere recreatie tegen de stadsrand aan is gereserveerd.
  • Langenholte (tussen zwarte water en vecht)/Vechtcorridor: Landbouw houdt zijn dragende rol in het beheer van de ruimte, maar nevenactiviteiten die een versterking vormen van de toeristisch/recreatieve en/of de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied worden gestimuleerd.  Behoud van het landschap. Tegen de zuidzijde van Hessenpoort aan is ruimte voor groene functies. Zie het eigen structuurplan voor dit gebied.
  • Noordelijke stadsrand: Onderdeel van het Nationaal Landschap IJsseldelta.

Omgevingsvisie Provincie Overijssel:

Nieuwe ontwikkelingen van toerisme en vrijetijdsbesteding waarvoor een nieuw bestemmingsplan gemaakt moet worden, zijn mogelijk met inachtneming van de volgende bepalingen. De bepalingen hebben betrekking op de vraag óf iets kan, waar dat dan kan, en hoe dan.

  • OF: De Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden.
  • WAAR: Het buitengebied wordt in de Omgevingsvisie van de provincie de Groene Omgeving genoemd. ‘Groene’ functies hebben prioriteit in de Groene Omgeving. Ontwikkelingen die hier niet primair thuishoren, worden alleen toegestaan als zij een meerwaarde opleveren voor de kwaliteit van landschap, cultuurhistorie, water- en natuuropgaven. Op (voormalige) agrarische erven is – onder voorwaarden – ruimte voor aanvullende woon- en werkmilieus waarvoor aantoonbaar een marktvraag is en de Stedelijke Omgeving geen ruimte biedt. In de Groene Omgeving worden drie ontwikkelingsperspectieven onderscheiden, ieder met een eigen accent. De meeste mogelijkheden voor leisure liggen in het wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Ook zijn in de Groene Omgeving de landgoederen aangegeven. De provincie ziet hier mogelijkheden voor uiteenlopende functie(combinatie)s en de landgoederen/landgoedeigenaren als belangrijke partners in het werken aan diverse beleidsambities op het gebied van natuur, landschap, recreatie, water, energie en vrijetijdseconomie.
  • HOE: Bij grootschalige ontwikkelingen in het buitengebied (nieuw of uitbreiding van bestaande situatie) is de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving van toepassing. Naast een investering in de ontwikkeling zelf vragen we dan tegelijkertijd om investeringen (kwaliteitsprestaties) in de omgevingskwaliteit rondom de eigen locatie. De Catalogus Gebiedskenmerken beschrijft voor alle gebiedstypen in Overijssel welke kwaliteiten en kenmerken behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden.

Ruimtelijke aandachtspunten

  • Verkeer: De bereikbaarheid voor de auto staat kleinschalige leisure toe. Het parkeerprotocol is van toepassing.
  • Milieu: Afhankelijk van de precieze plek kan er sprake zijn van beperkingen in verband met hoogspanningsleidingen, externe veiligheid, stikstofdepositie, geur- en geluidsoverlast.