Nadere regels Algemene subsidieverordening

Voor artikel 1:3 lid 3 en artikel 1:26 lid 4 van de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Zwolle (ASV) zijn op 19 april 2017 de volgende nadere regels vastgesteld:

  1. Bij instellingen waarbij sprake is van meerdere financieringsstromen en de algemene en/of egalisatiereserve niet onderverdeeld is naar de diverse inkomstenbronnen, wordt deze algemene en/of egalisatiereserve naar verhouding toegerekend. De toerekening vindt plaats naar verhouding van het aandeel van de diverse inkomstenbronnen van de instelling in de totale exploitatie van deze instelling. Dit eventueel in overleg met de overige subsidiënten.
  2. Voor instellingen die op ons verzoek specifieke projecten en/of activiteiten uitvoeren is artikel 1:26 van de ASV niet van toepassing. De subsidieverlening is maximaal het tekort van het project en/of activiteit.
  3. Voor ‘goede doelen’-instellingen is artikel 1:26 van de ASV niet van toepassing. De subsidieverlening is maximaal het tekort van het project en/of activiteit.
  4. Aan een NV en/of BV is de subsidieverlening maximaal het tekort van het project en/of activiteit. Indien uit de verantwoording achteraf blijkt dat er sprake is van een positief resultaat, kunnen wij overgaan tot het lager vaststellen van de subsidie of toe te staan dat dit bedrag gedoteerd wordt in een ‘geoormerkte’ Zwolse egalisatiereserve ten behoeve van een eventueel toekomstig tekort. Dit mag dus niet als dividend aan de aandeelhouders worden uitgekeerd.
  5. Indien een instelling haar vermogensbestanddelen niet onderverdeelt, maar als één post presenteert, kan het college deze instelling de verplichting opleggen alsnog een heldere en duidelijk splitsing van het eigen vermogen aan te brengen en in te dienen.
  6. Als bij een instelling een deel van het eigen vermogen en/of een investeringssubsidie is geïnvesteerd in vaste activa, kan het college bepalen dat dit deel niet wordt meegerekend bij de bepaling van de 10%-norm, zoals verwoord in artikel 1:26 lid 3 ASV.
  7. Instellingen die subsidie krijgen op grond van een (deel) verordening waarin is bepaald dat de subsidieverlening direct de subsidievaststelling is en/of afdeling 1.6 van de ASV niet van toepassing is verklaard, bedraagt de subsidieverlening maximaal het tekort van het project en/of activiteit.
  8. Wanneer de egalisatiereserve hoger is dan opgenomen in artikel 1:26 lid 3 ASV, maar de instelling (nog) niet voldoet aan de regels inzake een gezonde financiële bedrijfsvoering (zoals verwoord in de nota risicomanagement gesubsidieerde organisaties 2.0 van 11 juni 2019), mag de hoogte van de egalisatiereserve de 10%-norm overschrijden met het bedrag dat nodig is om te voldoen aan de gestelde norm voor een gezonde financiële bedrijfsvoering.