Blijmarkt 21
Dit pand maakte in de vijftiende eeuw deel uit van een gebouwencomplex dat in gebruik was bij de Broeders van het Gemene Leven. Deze fraters verdienden de kost met onderwijs en het overschrijven en illustreren van handschriften. In dit pand was de mouterij en de kapel van de broeders gevestigd. Na de reformatie werd het Fraterhuis opgeheven. Het pand bleef aanvankelijk in gebruik als brouwerij. In de loop van de negentiende eeuw werd het pand in gebruik genomen als stalhouderij. De drie paardenhoofden getuigen nog van deze functie. De bouwsporen aan de binnen- en buitenzijde van de gevel aan de Papenstraat herinneren nog aan de vroegste geschiedenis van het pand.
