Mobiliteitsnormen bij bouwprojecten
Zwolle groeit. Om de stad bereikbaar, leefbaar en aantrekkelijk te houden, gelden bij bouwprojecten regels voor auto- en fietsparkeren. De Regeling mobiliteitsnormen Zwolle 2026 geeft ontwikkelaars, woningcorporaties en andere initiatiefnemers duidelijkheid over de uitgangspunten en voorwaarden die voor hun project kunnen gelden.
De regeling bevat onder meer:
- normen voor auto- en fietsparkeren;
- regels voor parkeren op eigen terrein en in mobiliteitshubs;
- mogelijkheden om de parkeeropgave te verminderen, bijvoorbeeld met deelmobiliteit;
- kwaliteitseisen voor fietsparkeren;
- regels voor bijdragen aan mobiliteitshubs.
Welke regeling voor uw project geldt, hangt af van het omgevingsplan. Daarom blijven de nieuwe Regeling mobiliteitsnormen en de bestaande Regeling parkeernormen voorlopig naast elkaar bestaan. Op deze pagina leest u de belangrijkste gevolgen voor bouwprojecten. De officieel bekendgemaakte regeling is leidend.
Bekijk de Regeling mobiliteitsnormen Zwolle 2026(externe link)
Welke regeling geldt voor uw project?
In het omgevingsplan staat waaraan uw initiatief wordt getoetst. Daarin kan worden verwezen naar de Regeling mobiliteitsnormen of de bestaande Regeling parkeernormen.
- Bij het opstellen van een omgevingsplan of een wijziging wordt in principe de Regeling mobiliteitsnormen van toepassing verklaard.
- Bij overige vergunningen, zoals ook een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA ), geldt de regeling waarnaar het geldende omgevingsplan verwijst.
De nieuwe regeling treedt dus stap voor stap in werking. Heeft u vragen over de regeling die voor uw project geldt? Neem dan contact op met uw gemeentelijke contactpersoon.
Nadat het gemeentebrede omgevingsplan (in voorbereiding) is vastgesteld, geldt enkel de regeling mobiliteitsnormen.
Wat verandert er?
Veel bestaande uitgangspunten blijven gelden. Buiten de ontwikkelgebieden moet parkeren bijvoorbeeld in beginsel op eigen terrein worden opgelost. Ook blijft goed onderbouwd maatwerk mogelijk.
De belangrijkste veranderingen zijn:
- normen voor auto- en fietsparkeren staan in Zwolse normtabellen
- regels voor parkeren in mobiliteitshubs zijn juridisch vastgelegd
- de regels voor het betalen van een bijdrage voor het parkeren in een Hub zijn vastgelegd.
- er zijn duidelijke voorwaarden voor de toepassing van reducties waardoor er minder parkeerplaatsen hoeven te worden gerealiseerd
- er gelden kwaliteitseisen voor het stallen van fietsen
De normen zijn gebaseerd op landelijke CROW-kencijfers en lokaal onderzoek. De regeling is een juridische uitwerking van eerder vastgesteld gemeentelijk beleid.
Verschillende regels per gebied
De regeling maakt onderscheid tussen:
- het Stadshart
- de Nieuwe Veemarkt
- de Spoorzone
- het overige deel van Zwolle
Het Stadshart, de Nieuwe Veemarkt en de Spoorzone zijn ontwikkelgebieden(externe link). Hier wordt autoparkeren in pincipe in een mobiliteitshub georganiseerd. In het overige deel van Zwolle blijft het parkeren op eigen terrein het uitgangspunt. De regeling beschrijft in welke situaties een andere oplossing mogelijk is.
Autoparkeren
De geldende autoparkeernorm hangt onder meer af van de functie en de grootte van het gebouw en de ligging van het project. Veel normen zijn gelijk aan de bestaande Regeling parkeernormen(externe link), waarin verwezen wordt naar de CROW kencijfers. Door de gewijzigde zone-indeling kan de norm voor een locatie wel veranderen.
Parkeerreductie en maatwerk
Onder voorwaarden kan de berekende parkeervraag worden verlaagd, bijvoorbeeld door:
- de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer
- de inzet van deelauto’s
- een aantoonbaar lagere parkeerbehoefte
De initiatiefnemer moet een verlaging (of verhoging) onderbouwen met een mobiliteitsplan. Dit geldt niet voor de reductie deelmobiliteit voor woningen in het Stadshart en de Nieuwe Veemarkt. Daar geldt een standaardreductie vanwege deelmobiliteit van 10 procent op het gebruikersdeel van de parkeervraag. De voorwaarden en reductiepercentages staan in de regeling.
Fietsparkeren
De fietsparkeernormen zijn gebaseerd op landelijke CROW-kencijfers. Nieuw is dat deze normen expliciet en juridisch toetsbaar in de Regeling Mobiliteitsnormen zijn vastgelegd. Daarmee worden deze ook bij de beoordeling van bouwplannen beoordeeld.
Fietsparkeerplaatsen moeten in beginsel op eigen terrein worden gerealiseerd en goed bereikbaar en bruikbaar zijn. Nieuwe gemeenschappelijke fietsenstallingen moeten daarnaast voldoen aan kwaliteitseisen voor onder meer toegankelijkheid, sociale veiligheid, maatvoering en ruimte voor afwijkende fietsen.
Buiten de Spoorzone hoeven fietsparkeerplaatsen niet altijd inpandig te liggen. Voor de Spoorzone gelden aanvullende eisen. Deze staan in de regeling.
De regeling schrijft niet voor dat alle fietsparkeerplaatsen in de plint van een gebouw moeten liggen. Een andere oplossing is mogelijk als deze goed bereikbaar en bruikbaar is.
Bijdrage voor mobiliteitshubs
Een bijdrage voor mobiliteitshubs geldt voor projecten in het Stadshart, de Spoorzone en de Nieuwe Veemarkt.
Een initiatiefnemer betaalt een bijdrage als de parkeereis van een project in een mobiliteitshub wordt opgelost. De bijdrage bedraagt € 19.950 exclusief btw per parkeerplaats (prijspeil 2026).
Voor ieder project wordt een parkeerbalans opgesteld. Dit leidt tot een parkeereis; het aantal parkeerplaatsen waarin voor een project moet worden voorzien. Dit aantal wordt vermenigvuldigd met de bijdrage per parkeerplaats. Dit totaal is de te betalen bijdrage.
De gemeente stuurt de factuur na het verlenen van de omgevingsvergunning naar de indiener van de aanvraag. Ook als de definitieve mobiliteitshub nog niet gereed is. In dat geval worden er tijdelijke voorzieningen getroffen.
De gemeente gebruikt de bijdrage voor het realiseren en in standhouden van mobiliteitshubs, (tijdelijke) parkeervoorzieningen en andere mobiliteitsoplossingen. De bijdrage geeft een recht op een hub-abonnement (zie hieronder).
Parkeerrechten en abonnementen
De parkeereis is het aantal parkeerplaatsen waarin voor een project moet worden voorzien. Een parkeerrecht geeft een bewoner of bedrijf het recht om een parkeerproduct aan te vragen, zoals een hub-abonnement. Daarmee kan geparkeerd worden in een mobiliteitshub. Een parkeerrecht geeft geen recht op een vaste parkeerplaats.
Het aantal parkeerrechten wordt gebaseerd op het gebruikersdeel van de berekende parkeervraag, na toepassing van eventuele reducties. Het bezoekersdeel leidt niet tot individuele parkeerrechten. De initiatiefnemer verdeelt de parkeerrechten over de adressen, in lijn met de opgestelde parkeerbalans. De gemeente controleert de verdeling en registreert de rechten op adresniveau.
Als aan het adres een parkeerrecht is toegekend, kan zowel een bewoner als een bedrijf een hub-abonnement aanvragen. Het tarief voor bewoners is € 1000,- per jaar en voor ondernemers 1815,- per jaar (prijspeil 2026).
Vragen en contact
Heeft u een vraag over een specifiek bouwproject? Neem dan contact op met uw gemeentelijke contactpersoon.
Heeft u een algemene vraag over de Regeling mobiliteitsnormen? Stuur dan een e-mail naar parkeren@zwolle.nl.