De stad Zwolle

Hoe het begon

Over de oorsprong van Zwolle is voorlopig nog weinig bekend. Wel, dat zich in de middeleeuwen een nederzetting had gevormd langs de rivier de Aa, met sedert 1040 een uit schriftelijke bronnen bekende parochiekerk, gewijd aan Sint Michaël.

Op 31 augustus 1230 werd aan de bewoners van die nederzetting door bisschop Willebrand van Utrecht stadsrechten verleend. De inwoners van Zwolle hadden hun landsheer, de Utrechtse bisschop, gesteund in de strijd tegen de opstandige Drenten, die in 1227 nog een schitterend ridderleger onder persoonlijke aanvoering van Willebrands voorganger, bisschop Jan van Arkel, hadden verslagen en het merendeel ervan jammerlijk hadden afgeslacht, waaronder de bisschop zelf.

Behalve dat de inwoners manschappen hadden geleverd, hadden vooral de kooplieden de bisschop-landsheer de nodige geldmiddelen verstrekt om de oorlog te kunnen voeren. Het waren vooral deze laatsten, die nu van de bisschop een zekere beloning verwachtten voor hun bijstand in de vorm van een zekere zelfstandigheid naar het voorbeeld van Deventer.

De Stadsrechten

Het verlenen van stadsrechten hield in het algemeen in, dat de inwoners van de nieuwe stad nu voortaan hun eigen bestuurders mochten kiezen en aanstellen volgens eigen recht. Dit bracht met zich mee een politieke vrijheid van handelen; tevens mocht men de nederzetting nu ook omwallen of omplanken en voorzien van een gracht om de eigen verdediging ter hand te nemen.

Het stad-zijn bood ook allerlei economische voordelen. De muren van de stad boden veiligheid voor handelaar en handelswaar. Bovendien wisten de bewoners in latere tijd nog meer voorrechten te verkrijgen, zoals het houden van jaarmarkten, vrijdom van tol en andere belastingen. De nieuwe situatie voor deze jonge gemeenschap bracht tevens met zich mee, dat verschillende rechtshandelingen bekrachtigd dienden te worden.

In die tijd waren maar slechts enkelen de schrijfkunst machtig en officiële akten werden dan ook voorzien van een zegel om ze rechtskracht te verlenen. De jonge, zelfbewuste stad koos zich als 'logo' de figuur van hun patroonheilige, Michaël, staande tussen twee torens als symbool van hun stad. Trots vermeldde het randschrift van dit zegel in het Latijn 'Sigillum burgensium de Swollis', (zegel) van de burgers van Zwolle.

Het eerste wapen van Zwolle

Het eerste bewijs van het gebruik van dit zegel dateert van 1294, in welk jaar de richter, de schepenen (stadsbestuurders) en de burgers van Zwolle Lübeck hun dank betuigden voor de hulp bij het herstel van de oude zeerechten.

Het origineel hiervan is in de oorlogsjaren 1940-1945 verloren gegaan. Het oudst bewaarde zegel is van 4 april 1306 toen de stadsbestuurders dit zegel hingen aan een perkament geschreven akte, waarbij ten overstaan van hen een rechtshandeling plaatsvond ten behoeve van het Heilige Geestgasthuis te Zwolle. Dit zegel bleef bij de stad in gebruik tot het midden van de 15e eeuw.

De Schutspatroon van Zwolle Sint Michaël

De schutspatroon van Zwolle, Sint Michaël - zijn feestdag valt op 29 september -, behoorde in de middeleeuwen tot de populaire heiligen. Samen met Gabriël en Raphaël werd hij tot de aartsengelen gerekend. Dikwijls werd hij ook samen met Sint Joris gezien als de ware verdediger van het goede tegen het kwade.

Al op het oudste zegel komt Michaël als strijder voor. Kennelijk had de zegelsnijder een antiek voorbeeld, want de gevleugelde heilige is afgebeeld in een Byzantijnsche tunica of opperkleed. In de rechterhand heeft hij een speer, waarmee hij een draak, zinnebeeld van het kwade, doodt.

 

In de linkerhand voert hij een schild, alleen voorzien van een schildzoom en een knop. Als onder invloed van het theologisch denken, zowel Michaël als Joris worden gezien als 'milites christiani', als christenstrijders, verandert ook de wijze van het afbeelden van beide heiligen. Rood wordt de kleur van Joris, als herinnering aan zijn strijd tegen de draak.

Als onder invloed van het theologisch denken, zowel Michaël als Joris worden gezien als ‘milites christiani’, als christenstrijders, verandert ook de wijze van het afbeelden van beide heiligen.

Rood wordt de kleur van Joris, als herinnering aan zijn strijd tegen de draak. Toen hij de draak verslagen had, veranderde het vergoten bloed in rode rozen.

Blauw werd de kleur van Michaël, als herinnering aan het feit dat hij als aartsengel de aanvoerder werd van de hemelse legers. Als gevolg daarvan werd een rood schild met een wit kruis het symbool van Sint Joris en een blauw schild met een wit kruis dat van Sint Michaël.

Zegel van de stad Zwolle uit 1306 met een afbeelding van Sint Michaël, die het kwaad - in de vorm van een draak - verslaat, staande tussen twee torens. Het randschrift SIGILLUM BURGENSIUM DE SWOLLIS is gedeeltelijk verloren gegaan (ongeveer 7 cm in doorsnede).

Het Secreetzegel

Ook de Zwolse burgerij nam dit beeld over, wanneer zij zich als rechtspersoon manifesteerde. Aan het einde van de 14e eeuw was er blijkbaar behoefte om minder plechtige akten te voorzien van een ander zegel, het zogenoemde 'secreetzegel' of 'geheimzegel'.

Op dit zegel verschijnt voor het eerst een wapentje met voor Zwolle later zo karakteristieke afbeelding van een kruis. Merkwaardig is, dat dit wapentje los is afgebeeld en niet direct tot attribuut dient van Sint Michael.

Al in 1384 is een ander zegel in gebruik als secreetzegel. In het randschrift is eveneens een verandering gekomen. In plaats van Burgensium (van de burgers) is er komen te staan Civitatis (van de stad).

Hieruit zou afgeleid kunnen worden, dat het secreetzegel werd gezien als louter en alleen voor gebruik door de stedelijke administratie. Dit als gevolg van het complexer worden van de stedelijke samenleving, waardoor het bestuur van de stad zich moest laten bijstaan door wat men nu gemeenteambtenaren zou noemen, zoals een secretaris en een klerk.

In dit nieuwe zegel staat het wapenschild met het kruis centraal. Boven het schild steekt een gedeelte van de figuur van Sint Michael uit. Onder het schild zijn twee van elkaar afgewende figuurtjes te zien, als symbolen van goed en kwaad.

Links en rechts van het schild verschijnen twee leeuwenkoppen, die waarschijnlijk als vlakvulling dienst doen, aangezien het schild door een 'vierpas' is omgeven. Dit zegel werd frequent gebruikt tot in het midden van de zestiende eeuw.

In de stad, toen een nieuw secreetzegel werd ingevoerd, wilde men kennelijk ook een nieuw grootzegel. Omdat dit zegel qua omvang groter is dan het kleinzegel, kon de stempelsnijder ook mooier en secuurder werk afleveren.

Van dit grootzegel is al een afdruk bekend uit 1385. Het randschrift is gelijk aan dat van het oude grootzegel: Sigillum burgensium de swollis (zegel van de burgers van Zwolle). Dit zegel werd duidelijk gezien als representerende de gehele burgerij van de stad. Geleek het oude secreetzegel sterk op het grootzegel van de stad, toen een nieuw secreetzegel werd ingevoerd, wilde men kennelijk ook een nieuw grootzegel.

Omdat dit zegel qua omvang groter is dan het kleinzegel, kon de stempelsnijder ook mooier en secuurder werk afleveren. Van dit grootzegel is al een afdruk bekend uit 1385. Het randschrift is gelijk aan dat van het oude grootzegel: Sigillum burgensium de swollis (zegel van de burgers van Zwolle). Dit zegel werd duidelijk gezien als representerende de gehele burgerij van de stad.

Met het uitbreiden en ingewikkelder worden van de stedelijke administratie, er was nu meer dan één secretaris, werden door de stad omstreeks 1490 nog twee secreetzegelstempels aangeschaft. Deze zegelstempels hadden op het eerste gezicht eenzelfde beeldstelling als het in gebruik zijnde.

Toch zijn er enkele verschillen, die echter van marginale aard zijn. Natuurlijk werd het geheel in een moderne vorm uitgevoerd. Het gotische beeld maakt plaats voor dat van de renaissance, waarin de mens centraler komt te staan. Het beeld van Michaël is nu eerder dat van een Romeinse godheid dan van een verheven, hemelse aartsengel, die hij immers is. Ter weerszijden van het schild zijn nu de leeuwenkoppen vervangen door een naar het schild gekeerd mannetje.

Gewelfschildering in de Broerenkerk te Zwolle. De aartsengel Michaël is hier afgebeeld als een christenstrijder, die het kwaad verjaagt en verslaat. Zelf draagt hij geen tuniek, maar een harnas, waarover een blauw strijdkleed met een wit kruis. Hetzelfde beeld is te vinden op het door hem gevoerde wapenschild.

 

Afbeelding van het secreetzegel van de stad Zwolle van 16 augustus 1399. Het omschrift SECRETUM CIVITATIS ZWOLLENSIS omgeeft het zegelbeeld (doorsnede ongeveer 4 centimeter)

Grootzegel van de stad Zwolle uit 1438. Het beschadigde randschrift luidt: Sigillum burgensium de swollis (doorsnede 6,5 cm). Na 1416 weinig meer gebruikt.

 

Op deze fraaie aftekening van het zegel door Van der Laars uit omstreeks 1900 kunnen duidelijk onderscheiden worden de verschillende elementen van het zegel. Sint Michaël is achter het wapenschild met een gearceerd kruis geplaatst. Met een speer doodt hij een draak, als symbool van het kwaad, die hij tegelijk vertrapt. De ruimten ter weerszijden van het schild blijken nu opgevuld te zijn met aanziende leeuwen, die met hun voorpoten het wapenschild schragen (lijf en achterpoten van de dieren zijn niet afgebeeld).

De nieuwe Stadsrechten in 1448

Op 4 oktober 1488 vaardigde keizer Frederik III van het Duitse Rijk een oorkonde uit, waarin de stad Zwolle het recht kreeg eigen munten te slaan. Het recht om munten te slaan was een voorrecht, dat uitsluitend voorbehouden was aan de keizer en de overige soevereine vorsten. Dit keizerlijk gunstbewijs aan Zwolle was dus heel bijzonder.

Tevens was het een bevestiging van de groeiende handelsmacht van de stad. Niet alleen verkreeg de stad economische voorrechten, maar zij werd ook bevestigd in het gebruik van een stadswapen en een –banier: 'in allen iren panirn neben irem wappen so sy bisher von gemeiner statwegen gefurt und gebraucht haben und mit namen ist ein plauer oder lasurter schilde darinn ein weisses oder silberfarb creutz auch die figur des ertzenngels sannt michael in gelb oder goldfarb scheinende mit einem rotten mannttel'.

Dit belangrijke voorrecht werd ruim een week later, op 13 oktober, nog eens door de keizer opnieuw bevestigd. De verlening van dit privilege betekende ook, dat de stad werd opgenomen onder de steden van het Duitse Rijk en dat de soevereiniteit van de stad erkend werd door het hoogste wereldlijke gezag in het toenmalige Europa.

Het spreekt bijna vanzelf, dat de stad erg zuinig was op deze oorkonde. In oorlogstijd en bij dreiging van oorlog was het alleen deze oorkonde, die met bijzondere zorg werd omgeven en op een veilige plaats werd opgeborgen. Ook werden er juist van deze akte in benauwde tijden door geloofwaardige personen afschriften vervaardigd, bang als men was het originele exemplaar te verliezen.

De opname van Zwolle onder de Rijkssteden werd door tijdgenoten gezien als de belangrijkste gebeurtenis sedert de verlening van het stadsrecht in 1230. Het was als het ware de voltooiing van het groeiproces van de stad sedertdien en de bekroning daarvan. Formeel bleef Zwolle tot 1648 deel uit maken van de steden van het Heilige Roomse Rijk van de Duitse natie. In dat jaar, bij de Vrede van Munster, werd de Republiek der Verenigde Nederlanden losgemaakt uit het verband van de Bourgondische Kreitz en erkend als een soevereine macht, onafhankelijk van de Duitse keizer.

Voor de stad Zwolle betekende dat echter geenszins, dat zij de herinnering daaraan niet levendig wilde houden. Nog dikwijls afficheerde zij zich ook nadien uitdrukkelijk als 'vrije en onafhankelijke Rijksstad'.

De stedelijke overheid gaf dit ook duidelijk aan, wanneer zij zich naar buiten kenbaar maakte in woord en geschrift. Trots liet de stad op stedelijke afkondigingen en drukwerken haar wapen afbeelden, vergezeld van de in 1488 verleende attributen. Bovendien accentueerde zij dit nog eens door op het wapenschild de keizerlijke kroon af te beelden.

Het wapen

Wapen van de stad Zwolle, zoals het sedert 1662 voorkomt op stedelijke publicaties en drukwerken. Het wapen, een zilveren kruis op een blauw veld, is geplaatst op een ovale cartouche en gedekt door de keizerlijke kroon. De cartouche wordt ter weerszijden vastgehouden door een klimmende leeuw.

Beide leeuwen houden het stadsbanier vast. Het ene met een afbeelding van de heilige Michaël en de ander met een herhaling van het wapenschild. Onder het wapen is nog eens aangeduid, dat dit hét teken en symbool was van de stad door 'Zwollae'.

Zwolle, Kampen, Deventer

Het was bovendien niet voor niets, dat de stad Zwolle zich op deze manier met haar hoogheidsymbool manifesteerde. Zij was in die tijd in een strijd gewikkeld met de steden Deventer en Kampen en de Ridderschap van Overijssel.

De vraag was namelijk op wie de soevereiniteit van de provincie Overijssel was overgegaan na het afvallen van de vorsten uit het Habsburgse Huis, waarvan de laatste de Spaanse koning Philips II was. Deze strijd duurde al bijna tachtig jaar en betrof ook de verdeling van de goederen en inkomsten van de voormalige katholieke instellingen.

In 1663 kwam men tot een overeenkomst. Het bestuur van Overijssel zou in het vervolg worden uitgeoefend door de IJsselsteden Deventer, Kampen en Zwolle met de Ridderschap van Overijssel. Deze situatie zou tot 1798 duren.

Als gevolg van deze overeenkomst was de harmonie in het gewestelijk bestuur hersteld, hetgeen in 1668 werd herdacht met de uitgave van een gedicht van de toentertijd zeer bekende en gevierde dichter Joannes Vollenhovius, voorzien van enige gravures. Het beeld van harmonie in de provincie Overijssel, naar aanleiding van de overeenkomst van 1663.

 

Centraal zijn weergegeven de wapenschilden van de drie steden Deventer (adelaar), Kampen (stadspoort) en Zwolle (kruis). De schilden zijn opgehangen aan een keizerskroon, als herinnering aan hun status van vrije Rijksstad. Daarboven het wapen van Overijssel. Rechts en links de personificaties van de Ridderschap van Overijssel en de drie Steden.

De ridderschap als een gelauwerde veldheer in de wapenrok van het gewest en de steden als een geharnaste ridder met een schild, waarop de 'kleine' wapens van de drie steden. Deze kleine wapens, een typisch Duits fenomeen, representeren weer Deventer, Kampen en Zwolle. Deventer en Kampen elk met een doorsneden schild, respectievelijk van zilver en rood (Deventer) en van zilver en blauw weergegeven (Kampen). Voor Zwolle is weergegeven het beeld van de heilige Michaël.

Het Zwolse stadsbestuur liet in 1728 door de klokkenmaker Willem Bramer de Oude een uurwerk maken en plaatste dit in de vergaderruimte, de nog bestaande schepenzaal. Boven de wijzerplaat werd het in hout gesneden wapen van de stad aangebracht. Dit was duidelijk geïnspireerd op het door het stadsbestuur gebruikte vignet uit 1662, zij het dat de stadsbanieren niet werden weergegeven.

In 1819 werd het wapen als volgt beschreven: Zijnde een schild van lazuur, beladen met een kruis van zilver. Het schild gedekt met eene keizerlijke kroon en ter wederzijde vastgehouden door een klimmende leeuw in zijne natuurlijke kleur.

Stedelijke drukwerken

Dit stadswapen werd in het laatst van de achttiende eeuw ook gebruikt voor de stedelijke drukwerken. Het was ook het wapen, dat op 24 november 1819 door de Hoge Raad van Adel werd bevestigd voor de stad Zwolle. Na de instelling van het koninkrijk der Nederlanden onder het Huis van Oranje in 1815 was dit de aangewezen instantie die zich bezighield met het verlenen en bevestigen van wapens voor steden en corporaties en daarover als hoog college van staat advies uitbracht aan de koning.

De wapentekenaar

De wapentekenaar van de Hoge Raad van Adel in die tijd had geen gelukkige hand van tekenen. Ten eerste tekende hij de leeuwen aanziend en zijn zij voor ons nauwelijks als leeuwen herkenbaar. Ook de keizerlijke kroon was enigszins vreemd uitgevallen. Kennelijk oriënteerde hij zich op het door het stadsbestuur van Zwolle ingeleverde voorbeeld, zonder zich precies af te vragen hoe de kroon er uit zou moeten zien.

Kroonband

In het algemeen raadpleegde men in die tijd zich op bekende werken met betrekking tot de wapenkunde of heraldiek. Daarin is duidelijk te zien, dat de keizerskroon is geïnspireerd op de bisschoppelijke mijter. De kroon is geheel van goud en aan weerzijden dicht, desnoods van binnen gevoerd met rood fluweel De kroonband is bezet met edelstenen en de beugel is getopt door een wereldbol en voorzien van een kruis.

Oostenrijkse keizerskroon

Als voorbeeld van een werkelijke Keizerskroon werd die van het Oostenrijkse keizershuis genomen, die bekend staat als de Rudolfinische kroon, omdat die voor keizer Rudolf van het Duitse Rijk werd vervaardigd.

Nieuwe ambtsketen

Na het samenvoegen van de gemeenten Zwolle en Zwollerkerspel in 1967 tot de nieuwe gemeente Zwolle achtte de raad van de nieuwe gemeente ook de tijd rijp een nieuwe ambtsketen te laten vervaardigen voor de burgemeester. In de ambtsketen zijn verschillende aspecten van de stad verwerkt. In de keten zelf zijn de wapens opgenomen van Zwolle en Zwollerkerspel. Zij worden afgewisseld door ronde ornamenten, waarin een koggeschip.

Het was juist in die tijd dat de stad zich herinnerde ooit deel uitgemaakt te hebben van het Hanseverbond. Hoewel de betekenis van de Hanse voor Zwolle en van Zwolle voor de Hanse gering is geweest, sprak dit wel tot de verbeelding.

De ketting wordt bijeengehouden door een afbeelding van het oudste zegel van de stad met een weergave van de heilige Michaël, Tenslotte hangt aan de ketting een penning, waarop het wapen van de stad, zoals in 1819 bevestigd, is weergegeven.

Verbeterde versie gemeentewapen

 

Kennelijk bevredigde de afbeelding op de penning van het stadswapen niet geheel. Er waren aanziende leeuwen weergegeven, terwijl de officiële beschrijving door de Hoge Raad van Adel daarover niet repte.

Bovendien werd de kleur van de leeuwen nog aangegeven als 'natuurlijk', zonder aan te geven wat daar onder verstaan diende te worden. Reden genoeg voor het bestuur van de stad om een verbeterde versie van het gemeentewapen te vragen.

Bij koninklijk besluit van 18 april 1974 werd aan de stad Zwolle een verbeterd wapen verleend, waarvan de omschrijving luidt: In azuur een kruis van zilver. Het schild gedekt met een keizerskroon van goud en gehouden door twee leeuwen van goud, getongd en genageld van keel. Azuur en keel zijn 'deftige' benamingen in de wapenkunde voor respectievelijk blauw en rood.